Moet je nog iets leren in tijden van Google?

Home/Ongecategoriseerd/Moet je nog iets leren in tijden van Google?

Moet je nog iets leren in tijden van Google?

In het college voor de Universiteit van Nederland ga ik dieper in op de vraag waarom je in deze tijden alle informatie zomaar kunt vragen aan Google of Siri. Eerst en vooral, verwar informatie alsjeblief niet met kennis! Informatie staat in een boek, vind je terug op internet of kan je bijvoorbeeld horen vertellen door een vriend. Kennis daarentegen is verwerkte informatie in je hoofd. Er is al betekenis aan de informatie gegeven. Om te kunnen beoordelen of informatie correct is, is juist veel kennis noodzakelijk (in tegenstelling tot wat sommigen beweren in deze tijden). Bekijk het filmpje maar eens. Geloof je me eigenlijk wel als ik zeg dat de schaakopstelling de Siciliaanse opening is?

Ook, en misschien zelfs vooral, in tijden van makkelijk bereikbare informatie is het van groot belang dat we in onderwijs onze leerlingen een brede, cultureel rijke en gevarieerde kennisbasis bijbrengen. Zonder achtergrondkennis kun je informatie immers niet op waarde schatten. Met de nodige achtergrondkennis leer je ook sneller en onthoudt je ook langer. In het filmpje leg ik op basis van een vaak gebruikt geheugenmodel uit waarom dit het geval is. Toch zijn er twee vaak gehoorde ideeën over leren die – jammer genoeg – in het onderwijs doordringen.

Het eerste idee gaat uit van het idee dat leren altijd gemakkelijk dient te zijn. Een citaat van Steven Pinker uit zijn boek The Blank Slate is passend om dit statement te counteren: ‘Onderwijs is de technologie die probeert goed te maken waar ons menselijk brein heel slecht in is’. Dankzij onze genetische en evolutionaire erfenis kunnen we inderdaad leren spreken, wandelen, gezichten herkennen en spelen. Inderdaad, voor sommige onderdelen lijkt het leren natuurlijk te gaan, zonder noemenswaardige inspanning. Dit noemen wij biologisch of evolutionair primair leren. Maar niet al het leren gaat spelenderwijs of spontaan. Om te leren schrijven, berekeningen te maken en teksten te vertalen hebben we die natuurlijke aanleg niet. Een kind leert zelf niet om te lezen en lost niet van nature vierkantsvergelijkingen op. Daardoor is het noodzakelijk om, via onderwijs, een aantal van die culturele elementen (elementen die voortkomen uit menselijke vooruitgang en in onze maatschappij gebruikt worden, zoals wiskunde, kunst en natuurkunde) door te geven aan de volgende generaties zodat zij klaar zijn om de fakkel van ons over te nemen. Dit noemen wij biologisch of evolutionair secundair leren. Cultuuroverdracht, en dus het secundair leren, moeten we een bewuste plaats geven op scholen – van nature gebeurt het namelijk zelden spontaan. We zijn er van nature namelijk niet goed in en dus vergt het een doelbewuste inspanning. Je krijgt er echter een vrijer hoofd voor in de plaats zodat je kunt nadenken over complexere dingen.

Daarnaast hoor je steeds vaker dat er andere doelen in onderwijs zijn zoals kritisch denken, problemen oplossen, communiceren en samenwerken. Het leren van informatie zou overbodig zijn, de skills zijn ten allen tijde belangrijker! Die skills worden vaak omschreven als 21e eeuwse of generieke vaardigheden. Los van het feit dat deze vaardigheden van alle tijden zijn (om het Colosseum te bouwen had men die vaardigheden ook al nodig) zijn ze inderdaad belangrijk. Eigen aan goed, vormend onderwijs is dat het (jonge) mensen voorbereidt om als zelfstandige, zelfdenkende, kritische, verantwoordelijke mensen deel te nemen aan de samenleving. De vraag is dus hoe we die vaardigheden moeten aanleren. We mogen niet in de val trappen te denken dat die vaardigheden te leren zijn zonder context, zonder achterliggende kennis van zaken. Zo is iemand die in staat is om historische bronnen over de Eerste Wereldoorlog kritisch te analyseren, niet automatisch in staat om in een kritische mening te vormen over klimaatopwarming. Inderdaad, kritisch kunnen nadenken is contextgebonden en staat of valt met de achtergrondkennis over het onderwerp waar het om gaat. Ook om creatief te denken, moet je eerst weten wat al bestaat alvorens je ideeën kunt verbinden om tot nieuwe, innoverende ideeën te komen. Om out the box te kunnen, moet je eerst weten wat in the box zit.

Moeten we dus nog iets leren in tijden van Google? Het antwoord is zonder enige twijfel ‘ja’. Wat we weten is de grondstof van ons denken. Mensen die veel weten, hebben het hoofd vrij om te denken aan complexere problemen. Daarnaast weten we als mens niet wat we niet weten en kunnen we dus ook niet opzoeken wat we niet weten. We kunnen wel opzoeken wat we vergeten zijn of waar we al veel over weten. Laat dit een belangrijke boodschap zijn voor alle scholen over het hele land. Libraries (and knowledge) gave us power!

By | 2019-09-13T07:33:02+00:00 September 13th, 2019|Ongecategoriseerd|0 Comments

Leave A Comment