We wisten het al zonder PISA

Home/Ongecategoriseerd/We wisten het al zonder PISA

We wisten het al zonder PISA

De tegenvallende PISA-scores voor Vlaanderen zijn het zoveelste signaal in een lange rij van (internationale) peilingen die bevestigen wat de leraar in het werkveld al jaren aanvoelt: onze leerlingen doen het niet zo goed meer als vroeger op het vlak van begrijpend lezen, wiskunde en wetenschappen. Dit doet pijn in een regio die kon buigen op een ontzettend sterke onderwijstraditie.

Op het internationale meetinstrument dat PISA is, kan je heel wat kritiek hebben. Zo moeten we inderdaad niet landen gaan vergelijken, schoolsystemen gaan kopiëren (check Finland!), onderwijs is vanzelfsprekend meer dan enkel testresultaten, er zijn nog andere vergelijkende studies en peilingsproeven, dat klopt natuurlijk. Ze wijzen wel allemaal in dezelfde richting en dat mogen we niet negeren. PISA-vragen verschaft waardevolle informatie over bijvoorbeeld probleemoplossende vaardigheden in wetenschappen en wiskunde. Hieronder zie je een voorbeeld van een vraag uit de PISA testbatterij voor wiskunde (uit PISA 2015).

Zoals je merkt zal je in PISA geen vragen aantreffen die de leerling vraagt om formules op te dreunen, of algoritmische wiskundige berekeningen te maken. Net omdat PISA onmogelijk in elk land de eindtermen kan testen, beperkt het zich tot dit soort generieke problemen. ‘Teaching to the test’ lijkt onmogelijk. Je ziet ook de percentages van de leerlingen per land die de vraag correct kunnen oplossen. In het kader van data- en informatiegeletterdheid zou ik toch graag hebben dat mijn kind in een land zit waar het opgeleid wordt om dit soort probleem foutloos op te lossen (antwoord D by the way). Iets meer dan 60% van onze vijftienjarigen (PISA 2015) kon deze vraag correct oplossen.

Hoe is het zo ver kunnen komen?

De OESO heeft zich, door het ontwerpen van de vrij generieke probleemoplossende PISA vragenlijsten duidelijk gepositioneerd. In hun onderwijscommunicatie trekken ze al jaren de kaart van de zogenaamde 21e eeuwse vaardigheden, vaardigheden zoals kritisch en probleemoplossend denken, met andere woorden vaardigheden die je in steeds wisselende situaties en contexten zou kunnen toepassen. Immers, als we leerlingen kunnen opleiden om generiek problemen op te lossen, dan hebben we ze toch perfect voorbereid op een onvoorspelbare toekomst in een steeds sneller evoluerende wereld? De OESO bepaalde daarmee de onderwijsagenda en zette via talrijke publicaties in op dit algemeen heuristieke denken.

Hier komt natuurlijk de aap uit de mouw. Algemene, generieke vaardigheden aanleren die transfereren van context werkt niet (of nauwelijks). Ik citeer even uit ons boek ‘Wijze Lessen’.

“We mogen niet in de val trappen te denken dat die vaardigheden te leren zijn zonder context, zonder achterliggende kennis van zaken. We weten uit onderzoek dat generieke vaardigheden niet zomaar zijn over te brengen van het ene domein naar het andere, en dat niet wanneer je A hebt geleerd daar automatisch B uit volgt. Een leerling kan na een training in leesstrategieën niet automatisch de essentie uit elke willekeurige tekst begrijpen. Daarvoor heeft hij een diepgaander begrip van de inhoud nodig. Zelfs een leraar Nederlands met een grondig begrip van leesstrategieën begrijpt waarschijnlijk weinig tot niets van de laatste wetenschappelijke publicatie van Stephen Hawking.”

Diepgaande kennis en begrip van het vakdomein is de échte grondstof waarmee je vaardigheden toepast en ontwikkelt. Elk vak heeft daarbij zijn eigen taal en aanpak. Zonder basiskennis in afzonderlijke vakken is het moeilijk om die belangrijke vaardigheden te stimuleren.

Deze daling in onderwijskwaliteit is dus niet de schuld van de leraar. Al geruime tijd worden leraren en scholen overspoeld met impliciete boodschappen dat leren (in casu, het verwerven van basiskennis en vaardigheden) niet meer op de eerste plaats staat. Wie daarvoor evidentie wil zien, moet zich bijvoorbeeld verdiepen in het gemiddelde nascholingsaanbod voor de leraar en directies de voorbije 15 jaar, de inhoud van de omzendbrieven vanuit onderwijskundige instanties richting onderwijsveld en publicaties voor leraren in onderwijstijdschriften. Ook de onderwijsinspectie, leerplanmakers (en de daarop geënte schoolboeken?) hebben misschien ook wel invloed gehad? Het is geenszins de bedoeling om met dit schrijven mensen de zwartepiet toe te schuiven, meer zelfs, ik ben ervan overtuigd dat iedereen steeds met de beste bedoelingen probeert om het onderwijs voor elk kind te verbeteren. Soms blijkt een keuze niet zo ideaal maar dan hebben we de luxe om het tij te kunnen keren.

En wat dan nu?

Net doordat de toekomst zo onvoorspelbaar is, en de wereld zo snel verandert, kunnen we onmogelijk voorspellen wat er in de toekomst nodig zal zijn. Wat wel vaststaat is dat de basiskennis -en vaardigheden van destijds blijkbaar voldoende waren om op dit moment zo’n snelle (technologische, medische, you name it) evoluties te kennen. Een sterke kennisbasis van ruime, wereldse kennis, goed kunnen lezen, schrijven en rekenen: daar zijn onze sterkste breinen op gebouwd en dat voorrecht mogen we onze toekomstige generaties niet ontnemen. Nooit kennis om de kennis, maar ook de kennis toegepast zodat het vaardigheden worden. Het ene kan niet zonder het andere. Woordenschat moet gestudeerd worden maar ook gebruikt worden bij lees- en spreekvaardigheid. De maaltafels moeten geblokt worden zodat er denkcapaciteit vrij komt om moeilijker, uitdagende oefeningen aan te pakken. Vlinders mogen met andere woorden niet vergeten dat ze ooit rups zijn geweest (en ik quote hierbij Paul Kirschner). De goede didactiek om dit alles aan te leren kennen we ook al 2000 jaar. Denk bijvoorbeeld na welke stappen je (misschien zelfs onbewust) zet wanneer je een kind zou leren om de straat over te steken. Het uitleggen, modelleren, begeleiden en oefenen zijn eeuwenoude principes des mens, zijn stevig onderzocht en wetenschappelijk onderbouwd en horen als basisbouwstenen in het repertoire van de leraar (in opleiding) te zitten. En dit alles kan zonder de aandacht voor het welbevinden van de leerling te verliezen. Meer zelfs, zoals Barak Rosenshine destijds vertelde, “het is waarschijnlijk nét omdat het liefhebbende leraren zijn dat ze zo les geven”.

Het zal interessant zijn om te zien hoe de retoriek die de OESO hanteert de komende maanden zal veranderen. Ze kunnen onmogelijk blind blijven voor de resultaten uit hun eigen bevragingen. Misschien is de kentering zelfs al ingezet, toen PISA topman Andreas Schleicher onlangs de Michaela-school in Londen bezocht en er hierover blogde. Een school waar keihard wordt ingezet op brede basiskennis en een sterk geloof en hoge verwachting in élke leerling. Zij boeken uitstekende resultaten met een groot aandeel leerlingen uit kansarme gezinnen die doorstromen richting hoger onderwijs.

By | 2019-12-03T08:51:01+00:00 December 3rd, 2019|Ongecategoriseerd|0 Comments

Leave A Comment