surma.tim

Home/surma.tim

About surma.tim

This author has not yet filled in any details.
So far surma.tim has created 44 blog entries.

Succesvol gerepliceerd: mindmappen versus retrieval practice

Tot op welk niveau kunnen we wetenschappelijke bevindingen vertrouwen? Een heleboel wetenschappers repliceerden een 21sociaal-psychologische experimenten uit de tijdspanne van 2010-2015 die gepubliceerd werden in vooraanstaande tijdschriften Nature en Science. De studies hadden sample sizes die tot vijf keer zo groot waren dan de originele studies. Voor 62% van de studies vond men significante effecten in dezelfde richting dan de originele studies, en werden dus succesvol gerepliceerd. Dit was beter dan eerdere projecten (reproducibility project psychology, 2015: 36%; Experimental Economics Replication Project, 2016: 61%). Het artikel staat open-source op Nature

 

Ik bespreek hier het succesvol gerepliceerde experiment van Jeffrey Karpicke en Janell Blunt (2011) over de effecten van retrieval practice en concept-mapping.

Net zoals we aannemen dat het meten van een fysiek object de grootte, vorm of het gewicht van het object niet zou veranderen, zo gaan mensen er vaak van uit dat het meten (testen) van het geheugen het geheugen niet verandert. We weten inmiddels dat het proberen herinneren van informatie uit je langetermijngeheugen (retrieval practice) zelf gezien kan worden als een leermoment. Intuïtief word vaak foutief gedacht dat het proberen herinneren van die informatie (het ‘toetsen’) enkel het product meet van wat eerder geleerd is, en niet een leermoment an sich is. De populaire studeermethode van mindmappen (elaboreren en actief proberen relaties zichtbaar te maken tussen concepten) werd mee in dit experiment genomen.

In een eerste experiment werden vier condities met elkaar vergeleken. Studenten moesten in een leersessie een tekst verwerken. De eerste groep kon die tekst een keer bestuderen, de tweede groep bestudeerde de tekst vier keer, de derde groep bestudeerde de tekst en maakte er een concept-map van (mindmap als een beter gekend concept in onderwijsmiddens), de laatste groep bestudeerde de tekst een keer en moesten daarna proberen zich zoveel mogelijk te herinneren (retrieval). De studenten moesten na een week een test afnemen waarbij ze zowel letterlijke informatie (verbatim) als infererende vragen (waarbij ze verbanden moesten leggen tussen de inhoud) oplosten. Er werd ook gevraagd aan de studenten om te voorspellen hoeveel procent van de teksten ze zich nog zouden herinneren na een week (metacognitive predictions). Resultaten zie je hieronder.

Zowel op letterlijke als infererende vragen presteerde de groep die zichzelf testte beduidend beter dan de andere groepen. Er waren amper verschillen tussen de studenten die vier keer mochten studeren en de studenten die een mindmap maakten na een keer studeren. Over de twee types vragen gecombineerd is het voordeel van retrieval practice ten opzichte van concept-mapping meer dan 50%. Opvallend is dat de retrieval practice groep *denkt* dat ze het minst zullen onthouden. Dat is helemaal in lijn met eerdere onderzoeken daarover: we zijn als mensen heel slecht in het voorspellen van ons leren op lange termijn en verwarren het vaak met prestatie op het moment zelf (voor een overzicht, zie o.a. Soderstrom en Bjork, 2015)

In een tweede experiment werden twee groepen studenten (concept-mapping versus retrieval practice) getest met educatief realistisch materiaal. De onderzoekers gebruikten wetenschapsteksten die vb de eigenschappen van verschillende spierweefsels omschrijft (enumeration text) en ook een tekst die het spijsverteringsstelsel omschrijft (sequence text). Leerlingen maakten een test waarbij ze een aantal korte antwoorden moesten geven ofwel een mindmap moesten maken van die leerstof. De resultaten zie je hieronder.

 

De groep in de retrieval practice-conditie presteerde beter op de korte-antwoordtest voor zowel de enumeration als de sequence texts, en dat was te verwachten. Verbazingwekkender is dat de retrieval practice groep ook beter presteerde in het maken van correcte mindmaps, meer dan de groep die studeerde door het maken van mindmaps (!)

Wat betekent dit nu voor de onderwijspraktijk?

  • Retrieval practice is een krachtige manier om betekenisvol leren van complexe concepten (die vaak in het wetenschapsonderwijs worden gebruikt) te bevorderen.
  • Mindmaps zijn niet zinloos, verre van. Leerlingen die mindmaps maakten presteerden beter dan de groep die slechts een keer studeerde, en dat kan liggen aan het feit dat je meer tijd spendeert aan de leerstof (total time hypothesis: hoeveel je leert staat in functie van hoeveel tijd je spendeerde aan de leertaak) en dat je elaboreerde (en dus nadacht over verbanden tussen de leerstof). We moeten leerlingen echter waarschuwen dat het maken van een mindmap met het boek open weinig toegevoegde waarde heeft.
  • Wanneer leerlingen dus mindmaps maken nadat ze probeerden om zich de concepten te herinneren (met gesloten boek dus!), lijken de voordelen van retrieval practice mee ingebed te worden in de vaak gebruikte studeermethode van het mindmappen.
By | 2018-09-24T06:23:12+00:00 September 24th, 2018|Ongecategoriseerd|0 Comments

Een nuttig jaarplan

Een good old traditional op het lijstje der administratieve planlast der leraar is het maken/aanpassen van jaarplannen. Dat zijn documenten die, vaak onder lichte dwang van schooldirecties en -besturen, moeten worden aangeleverd om de planning van de leerinhouden over een schooljaar duidelijk te maken. Vanuit de overheidsreglementering voor onderwijs (Vlaanderen) is een jaarplan overigens geen verplicht instrument.
Lees hierover o.a.
“Planningsdocumenten – Ondersteunend materiaal dat het schoolteam gebruikt om de onderwijsleerpraktijk te plannen. De onderwijsinspectie legt inhoudelijk en vormelijk geen enkele verplichting op. Het schoolteam kiest zelf hoe het haar aanbod plant en welke instrumenten het hiervoor nuttig acht (jaarplan, dag- of weekagenda, klasboek …)” https://www.onderwijsinspectie.be/nl/abc-van-inspectie-20
Onderwijskoepels (zie bijvoorbeeld APR-5), schoolbesturen en directies kunnen natuurlijk andere (lees: meer) eisen stellen. Doordat vele leraren dit vooral als een administratief taakje zien, zijn ook de commerciële spelers (lees: de educatieve uitgeverijen) op de kar gesprongen en leveren ze kant-en-klare modellen aan waar je enkel de hoofding moet aanvullen, en klaar is kees. De verwijzingen naar afkortingen van leerplandoelen en eindtermen krijg je er gratis bij.

Geen wonder deze vorm van ‘het jaar plannen’ een gezonde vorm van afkeer oproept. Vermits we toch gekozen hebben om leraar en niet boekhouder te worden, kijken we best even hoe een jaarplan door minimale inspanning en met maximaal rendement aangepast kan worden in het voordeel van de leraar.
Ik ga van de volgende premisse uit. Het lesmateriaal dat je voorziet voor de leerling, is in overeenstemming met eindtermen/leerplandoelen. Dat wil zeggen dat er vaak heel wat ballast uit handboeken kan worden geschrapt, maar daar gaat deze blogpost niet over.
Een jaarplan kan minstens de volgende twee elementen bevatten.
1. een planning van de leerinhouden in de tijd

Ik wil weten welke hoofdstukken ik per trimester/semester wil geven. M.a.w. welke inhouden moeten tegen vb welke examenperiode gezien zijn? Dit om te vermijden dat we plots voor onaangename verrassingen komen te staan. Daarbij kan een simpele blik op je lessenrooster (“oei, ik geef veel les op maandag, en die dag valt veel weg door …”) volstaan om te weten hoeveel weken je effectief les kunt geven. Ervaren leraren weten dikwijls hoeveel tijd je aan iets normaal besteedt, dus samenwerking van jongere leraren met ervaren leraren lijkt zinvol. Ook leerplannen geven richtlijnen qua tijdsbesteding maar staar je daar niet blind op. Grote evaluaties kunnen ook hun plaats hebben in die planning. De neerslag van die planning neemt een halve A4 in beslag.

  1. September: – getallenleer 1: herhaling getallenleer + meetkunde 1: ruimtemeetkunde …
  2. Oktober: getallenleer 2: vergelijkingen in Q. Tussentijdse grote toets getallenleer + meetkunde 1 …
  3. November: meetkunde 2: transformaties. getallenleer 3: rekenregels van machten …
  4. December: EXAMEN getallenleer 1,2,3 + meetkunde 1,2 …

2. De volgorde waarin je inplant
Dikwijls zijn curricula zo opgebouwd dat er een logische volgorde te vinden is. Spiraal-leerplannen verplichten ons als leraar om leerinhouden regelmatig te herhalen en te verdiepen met nieuwe leerstof. Zo staat in het leerplan wiskunde ‘oplossen van vergelijkingen’ in elk leerjaar op het menu en bouw je in de geschiedenisles steeds verder op een referentiekader etc. Dat is een uitstekende zaak. Het allerbelangrijkste echter bij het maken van je plan is het volgende: denk na over welke essentiële vaardigheden en -kennis die je je leerlingen wil/moet meegeven en die belangrijk zijn voor het vervolg in het curriculum. Dit is een heel interessante oefening om alleen of in groep te doen. Ik deel een voorbeeld voor wiskunde in het eerste jaar secundair onderwijs

  • vergelijkingen oplossen
  • basisbegrippen meetkunde (her-)kennen en toepassen
  • letterrekenen
  • Berekeningen met gehele getallen en rationale getallen kunnen toepassen

Je zou kunnen argumenteren dat dit gewoon het hele curriculum in beslag neemt, maar als je eens dieper nadenkt, zul je gauw merken dat het allemaal niet zo complex is. Beperk je tot een haalbaar aantal essentiële vaardigheden en kennis, en check even met de leraren in vervolgjaren of dit klopt. Merk ook op dat ik geen generieke vaardigheden in deze lijst op neem (zoals “samenwerkend wiskundige problemen oplossen”), niet omdat die niet belangrijk zijn maar wel omdat ze enkel trainbaar zijn binnen de inhoudelijke context. Eens je die belangrijke leerinhouden hebt afgezonderd, is het belangrijk dat je die meer dan 1 keer behandelt gedurende het leerjaar. Dit betekent niet dat je meer tijd hieraan moet spenderen maar dat je beter op drie momenten vijf oefeningen maakt over die inhouden in plaats één keer vijftien oefeningen. Staan er essentiële vaardigheden of kennis ingepland in de laatste paar weken van het schooljaar? Kunnen die niet vroeger aan bod komen? Een fundamenteel en simpel principe van leren is immers het gespreid oefenen en herhalen (distributed practice), en wat je leerde je terug proberen herinneren (retrieval practice). Zie daarover o.a. deze blogposts van o.a. Paul Kirschner en ondergetekende.
Zorg dat je in je jaarplan dus momenten voorziet waarin je eerder geziene, belangrijke leerinhouden terug (laat) inoefenen.

  • via een huiswerk;
  • herhalingsquiz;
  • Twee korte vragen bij de start van elke les over leerstof van een paar weken/maanden eerder;
  • Herhalingstoets of ,nog meer omstreden, cumuluatief toetsen, waarbij belangrijke topics steeds gekend moeten blijven;

Vergeten is menselijk en oefening baart kunst, dus verwacht niet van je leerlingen dat ze de belangrijkste inhouden kennen of kunnen toepassen als je ze maar één keer hebt behandeld. Voorzie dus ruimte en tijd in je jaarplan om de écht belangrijke leerinhouden meer dan één keer te zien of om je leerlingen te ‘verplichten’ terug te keren naar die eerdere leerinhouden.

By | 2018-09-24T07:35:50+00:00 September 23rd, 2018|Ongecategoriseerd|0 Comments

De grote zes – een infographic met principes voor een effectieve les

De Nederlandse Algemene onderwijsbond lanceerde vorig jaar deze infographic met zes principes voor een effectieve les. Deze zou volgens mij niet misstaan op het prikbord in de leraarskamer. En natuurlijk kennen we als leraar die zes principes eigenlijk wel al, maar het doet goed om ze af en toe eens terug te zien. As simple as that!

Download in hoge kwaliteit: Infographic-zes-principes-voor-een-effectieve-les of op de website van AOB

By | 2018-09-05T15:48:55+00:00 September 5th, 2018|Ongecategoriseerd|0 Comments

De start van de onderwijsmaster aan de Open Universiteit – 1 september in Amsterdam

Komende zaterdag start de nieuwe run van de onderwijsmaster aan de Open Universiteit. In deze opleiding – die je bijna geheel via afstandsonderwijs kunt volgen met uitzondering van examens, facultatieve bijeenkomsten en eventuele individuele afspraken met docenten of hoogleraren – kan je je als onderwijsprofessional verdiepen in wat je boeit binnen onderwijs. Daarnaast is natuurlijk het opbouwen van een heel stevige kennisbasis van bijvoorbeeld leertheorie, wetenschapsfilosofie, statistiek, digitaal leren en onderwijskundig ontwerp een prioriteit. Ikzelf startte het traject een aantal jaar geleden en ik kan niet zeggen dat het me windeieren heeft gelegd, al moet je natuurlijk beseffen dat er flink wat arbeid tegenover staat. Ondertussen werk ik aan het Welten-instituut van de Open Universiteit als ‘PhD-onderzoeker’ binnen het team ‘docent en docentprofessionalisering’ en mag ik zaterdag in Amsterdam mee het startschot geven bij deze nieuwe lichting. In mijn presentatie zal ik proberen duidelijk te maken hoe relevant cognitief wetenschappelijk onderzoek mijn eigen praktijk en (hopelijk in de toekomst) die van vele anderen heeft vormgegeven.

We verwachten ongeveer 70 studenten op deze startdag, waaronder een flink aantal Belgen. Misschien tot zaterdag, in het studiecentrum van de Open Universiteit in Amsterdam!

By | 2018-08-31T08:20:14+00:00 Augustus 29th, 2018|Lezingen|0 Comments

Dan heb je als school plots een pedagogische prioriteit!

Ik kreeg een aantal vragen over hoe je een pedagogische prioriteit als ‘leren leren’ effectief kunt aanpakken op school. Weet je wel, een pedagogische prioriteit is een aandachtspunt dat gedurende het schooljaar in de spotlights staat met als hoofddoel de bestaande praktijk te proberen verbeteren. Voorbeelden van mogelijke pedagogische prioriteiten zijn, naast leerlingen effectief leren leren, implementatie van een visie rond ICT, het evaluatiebeleid, taalbeleid, visie t.o.v. kennis/vaardigheden [eindeloze lijst]

Ik kan alvast verklappen wat zeker geen verschil zal maken: haal een spreker in huis die gedurende anderhalf uur het lerarenkorps toespreekt en denk dat je daarmee je morele plicht hebt gedaan. Het lijkt alsof ik mezelf overbodig wil maken (want ik geef nogal regelmatig lezingen over effectief leren en effectieve instructie) maar wil mijn eigen inbreng in professionaliseringstrajecten zeker niet overschatten. Een goede spreker kan in het allerbeste geval een trigger zijn als start voor een vervolgtraject. We mogen ook niet vergeten dat er een aantal sprekers op de markt zijn die verhalen vertellen die – en ik druk me zacht uit – niet geheel geïnformeerd zijn door praktijkervaring en/of wetenschappelijk onderzoek (in een ideale situatie een combinatie van beiden). Verwacht geen gouden ei van de gemiddelde ‘edupreneur’.

Er bestaan tal van ‘frameworks’ die vertellen hoe lerarenprofessionalisering het best zou verlopen. Grootste gemeenschappelijke deler is dat ze telkens een inspanning vragen voor de leraar en de directie – in het echte leven komt immers niks voor niks en baart oefening nog altijd kunst. Ook voor lerarenprofessionalisering geldt bijvoorbeeld de gouden regel van gespreide herhaling 🙂 In dit gratis beschikbare boekje van Helen Timperley kunnen scholen die zich willen engageren in effectieve lerarenprofessionalisering wijze raad vinden.

LINK

Concreet om leren leren aan te pakken voor leerlingen.

  • zorg voor een trigger die je leerlingen informeert (vb in een les leren leren), verduidelijk waarom de strategie een grote kans heeft om te werken. Informeer je als school en als leraar bijvoorbeeld via het boekje Klaskit van Pedro De Bruyckere, deze website, de posters van de learning scientists enz.
  • Pas de leerstrategieen herhaaldelijk toe in verschillende vakken, en vertel ook waarom je die leerstrategie toepast of zou adviseren. “We starten deze les met twee kleine oefeningen uit een vorig hoofdstuk. Op die manier vechten we samen tegen de vergeetcurve”
  • Leren leren enkel in een apart uurtje houden heeft quasi geen zin. Je kunt niet leren leren zonder iets te leren (volgens mij een citaat van Dylan Wiliam).
  • Denk niet dat je leren leren ‘gezien’ hebt in het eerste jaar, en er dus nadien nooit meer moet op terugkomen. De vergeetcurve geldt voor iedereen, dus ook voor onze leerlingen. Herneem ze in elk schooljaar, met telkens subtiele andere nuances om het interessant te houden voor de leerlingen.
  • En tenslotte, het is niet omdat je aan leren leren werkt dat plots al je leerlingen fantastisch zullen gaan studeren. Het is een werk van lange adem, en dat besef alleen al kan troost bieden.

 

By | 2018-08-29T21:11:03+00:00 Augustus 29th, 2018|Instructie, leerstrategie|0 Comments

Effectief leren in de handboeken van lerarenopleidingen

In Onderwijsinnovatie, een vakblad voor Belgisch en Nederlands hoger onderwijs, schreven we een vereenvoudigde Nederlandstalige versie van ons artikel, dat vorige maand verscheen in het tijdschrift Teaching and Teacher Education.

Het artikel is gratis te lezen via Onderwijsinnovatie, maar ook de uitgebreide Engelstalige versie is gratis te downloaden via de site van het tijdschrift.

By | 2018-06-17T15:31:06+00:00 Juni 17th, 2018|Ongecategoriseerd|0 Comments

Focus aub – bouw een schild tegen afleiding

Voor deze editie van Modulair, het studententijdschrift van de Open Universiteit, schreef ik een kort stukje over het behouden van concentratie tijdens het studeren, maar bij uitbreiding ook van toepassing bij andere taken waarvoor enige concentratie nodig is.

Bekijk hier online, http://modulair.ou.nl/modulair-juni-duplicate

Of lees hieronder

Focus please – bouw een schild tegen afleiding

Studietips van Tim Surma, PhD onderzoeker effectieve leerstrategieën (Welten Instituut)

Probeer maar eens je concentratie te houden wanneer je elke minuut overrompeld wordt door een massa aan informatie en prikkels. Het zoeken en behouden van een focus op wat je echt moet doen (studeren en werkstukken maken!) kan daarom een lastige klus zijn. Maar focus vinden en behouden is geen alles-of-niks verhaal: het is een vaardigheid die je kunt ontwikkelen. Doelbewuste oefening maakt immers perfect (of in ieder geval goed genoeg). Hieronder vier tips op het gebied van aandacht, focus en uitstelgedrag.

Tip 1 Gadgets mee in de studeerkamer?

Hoewel smartphone, tablet en smartwatch bedoeld zijn om tijd te besparen, verspillen ze die juist vaak. Mobiele telefoons zijn uitgegroeid tot een vergroeiing aan onze rechterhand. Echter, je kunt niet multi-tasken: bezig zijn met twee cognitief belastende processen tegelijk is niet mogelijk. Je concentratie lijdt eronder, je werkt trager en maakt ook meer fouten. Wees daarom hard voor jezelf en richt daarom jouw studieplek in als een gadgetvrije zone.

Tip 2 Muziek luisteren tijdens het studeren?

Het hangt ervan af! De complexiteit van je taak speelt een cruciale rol: bij het bestuderen van complexe teksten (m.a.w. taken waar je je volledige werkgeheugen nodig hebt) zal je focus belemmerd worden door elke vorm van achtergrondmuziek. Voor meer routineuze taken (wat toch een minderheid is tijdens het studeren) is een zacht achtergrondmuziekje minder storend.

Tip 3 Een hele nacht doorstuderen?

Tijdens de nacht lijkt alles rustig in je hoofd, maar niks is minder waar. Onder dat serene oppervlak is je brein hard aan het werk om alles wat er in de loop van de dag is gebeurd (en dus ook jouw studeerwerk) te ordenen. Je wordt niet slimmer door te slapen, maar je zult je de volgende dag misschien wel die cruciale informatie beter herinneren. De hele nacht door studeren: absoluut geen goed idee!

Tip 4 Waarom vandaag doen wat morgen ook kan?

Eerlijk? Je voelt je heus niet beter als je een uur naar kattenfilmpjes hebt gekeken op Youtube terwijl je eigenlijk had moeten studeren. Onderzoekers vonden dat het niet je ambitie of motivatie is die bepaalt of je uitstelt, maar vooral je impulsiviteit. Probeer je daarom voor de geest te halen welk goed gevoel die afgewerkte taak oplevert versus het schuldgevoel dat zich sowieso meester van je maakt wanneer je uitstelt. Of probeer het afwerken van je taken te zien als een vorm van competitie met jezelf. Geef jezelf tijd en zet een timer!

Meer tips? 
Bekijk het filmpje van collega Jerome Gijselaers in de Universiteit van Nederland over wat moet je doen de dag voor je tentamen behalve leren.

 

By | 2018-06-17T14:33:51+00:00 Juni 17th, 2018|Over bijleren|0 Comments

Wie wil er betrokken worden bij onderzoek over effectief leren?

De komende maanden en jaren voer ik, samen met Gino Camp, Renate de Groot en Paul Kirschner,  onderzoeken uit over effectieve leerstrategieën, vooral vanuit het standpunt van de leraar. Eerlijk gezegd, er zitten uitdagende projecten bij waar ik heel veel zin in heb. Concrete details kan ik niet geven omdat er aan de onderzoeksopzetten nog dingen kunnen wijzigen. Voor elk van onze onderzoeken heb ik natuurlijk mensen nodig.

Ten eerste voor de experimenten, daar loopt het prima. Voor ons volgend onderzoek heb ik al honderden participanten (beginnende leraren) uit Vlaanderen en Nederland kunnen strikken, en de vraag blijft groeien. Wat voor mij al aantoont dat er vraag-nood is vanuit het werkveld. 

Naast de experimenten zijn er natuurlijk nog extra mensen nodig binnen onderzoek. Ik zoek bijvoorbeeld individuele leraren – scholen – lerarenteams die willen helpen om …

  • materialen te piloteren *wat denkt de praktijk er van*
  • interviewprotocollen te testen *begrijp je mijn vraag zoals ik het bedoel*
  • een onderzoeksopzet te piloteren *verloopt alles zoals ik het gepland heb*
  • soms gewoon eens kritische vriend te zijn *omdat dat de zaken scherp zet*

Voel je hier iets voor en wil je graag (geheel vrijblijvend) op de hoogte worden gehouden van onze onderzoeken omtrent effectief leren, vanuit de bril van de leraar? Geef een seintje (hier mijn contactgegevens, via mail, twitter of LinkedIn) en ik voeg je toe een mijn *pool van geïnteresseerde leraren*, en hou je op de hoogte.

By | 2018-06-06T14:43:06+00:00 Juni 6th, 2018|Onderzoek|1 Comment

Herkenbaar? Je leerlingen presteren uitstekend tijdens je les maar falen nadien op een toets.

In deze video gaat onderwijsicoon Dylan Wiliam dieper in op deze herkenbare situatie in het klaslokaal.

Hij plaatst het moeilijke evenwicht tussen ‘prestatie in de les’ en ‘leren op lange termijn’ tussen ‘desirable difficulties’ (Robert Bjork) en ‘cognitive load’ (John Sweller), en plaatst tenslotte een mooie maar moeilijke verantwoordelijkheid bij de leraar.

By | 2018-05-10T19:15:08+00:00 Mei 10th, 2018|Over bijleren|0 Comments

Gespreid leren binnen één studiesessie en tussen meerdere studiesessies?

Gespreid oefenen of spaced practice is een belangrijke speler als je doel is om iets op lange termijn te kunnen of onthouden – en zou daarom als vanzelfsprekend een prominente plaats binnen onderwijs moeten hebben. Het spacing effect verwijst naar één van de meest robuuste en betrouwbare effecten uit het geheugenonderzoek: het stelt dat wanneer het leren gespreid is over meerdere sessies (spaced practice) de leerresultaten beter zullen zijn dan wanneer het leren samengeduwd is in 1 sessie (massed practice). Ook wanneer de totale studietijd hetzelfde is, zullen de resultaten bij spaced practice beter zijn dan bij massed practice. Het effect geldt voor verschillende types lerenden (van jonge kinderen tot oudere volwassenen en zelfs niet humaniode dieren als drosophilae en honingbijen), materialen (woorden, beelden tot redelijk complex conceptueel begrip), soorten tests (van free recall over aanvuloefeningen tot chirurgische ingrepen) maar ook bij verschillende spacing gaps. Je kunt immers spacen binnen een studiesessie maar ook tussen studiesessies. Er zijn immers spacing effecten met een spacing gap van enkele seconden (Glenberg, 1976) tot enkele maanden (de familie Bahrick, 1993). In dit stukje ga ik dieper in op deze twee verschillende vormen van spacing: binnen één studiesessie of tussen studiesessies.

  1. Bij spacing binnen 1 studiesessie verspreid je de te studeren items op item-niveau. Stel dat Nele en Karen woordenschat Engels studeren door flash-cards te gebruiken (waarbij het te studeren woord langs 1 zijde staat geschreven, en de vertaling langs de andere zijde). Nele neemt een stapel van 30 woorden en Karen studeert 5 stapels van 6 woorden. Bij Nele’s stapel liggen de woorden bij het oefenen verder uit elkaar dan bij Karen, wat een groter spacing effect met zich mee zou brengen. Let wel: wat die ideale spacing gap is voor de spreiding binnen 1 sessie, is nog voer voor discussie. Ik kan me levendig inbeelden dat een stapel van 140 woorden evenmin aangewezen is, en dat oefenen met 2 flashcards evenmin zinvol is. Naarmate de deskundigheid (voorkennis) groter wordt, zou de spacing gap groter kunnen worden. En wat met items die zelf al zoveel tijd in beslag nemen (vb een statistiek-oefening) dat een nieuwe oefening starten al automatisch een spacing gap impliceert van een aantal minuten of langer?
  2. Eenduidiger toe te passen, is spacing over verschillende sessies. Zowel Karen als Nele zijn er meer bij gebaat om hun woorden Engels te oefenen op maandag, dinsdag en donderdag (elke dag vb 20 minuten) als ze vrijdag een woordenschattoets krijgen, in plaats van enkel op donderdagavond te stampen/blokken (gedurende een uur). Hierbij moeten we wel rekening houden met twee mogelijke valkuilen: wanneer plan je de studiesessies in? En wat studeer je tijdens die studiesessies dan? Spacing effecten worden doorgaans sterker naarmate de pauzes tussen de sessies (= spacing gaps) groter worden. Dit patroon is echter niet altijd van toepassing. Peter Verkoeijen en collega’s (2008) vonden dat deelnemers aan hun onderzoek (die een passage herlazen na 3,5 weken) zich even veel herinnerden dan degenen die in de massed conditie (onmiddellijk herlezen) zaten. De deelnemers in de korte spaced-conditie (na 4 dagen herlezen) presteerden dan weer beter dan beide groepen. Putnam en Roediger (2018) suggereren dat een langere pauze tussen de sessies de recall dus niet automatisch verbetert: op een bepaald moment is het contraproductief om de tijd tussen de studiesessies zomaar te verlengen. Het vinden van de optimale spacing gap is complex, maar recent onderzoek suggereert dat …
    1. de optimale spacing gap kan afhangen van hoe lang je iets moet-wil onthouden (=de retentietijd). De optimale pauze varieert ergens tussen de 5 en 40% van het retentie-tijd (Zie het artikel van Cepeda, Vul, Rohrer, Wixted, & Pashler, 2008, voor een uitgebreide discussie over de ideale spacing gap). Bij het bepalen van zo’n spacing gap moeten studenten en docenten zich dus afvragen hoe lang de informatie gekend moet zijn.
    2. de pauzes tussen het studiesessies groter kunnen worden. In het voorbeeld van Karen en Nele kregen ze les op maandag over Engelse woordenschat. ‘S avonds oefenden ze een eerste keer (paar uur pauze). Dan dinsdag nog eens (een dag pauze). Dan donderdag een laatste oefenbeurt (twee dagen pauze).

Wat je tijdens die studiesessies dan studeert, moet ook voldoen aan een absolute voorwaarde: het moet namelijk dezelfde leerstof zijn. Uit gesprekken die ik soms voer met leerlingen, ouders of leraren omtrent effectief leren, merk ik dat gespreid leren soms beschouwd wordt als “op maandag leer ik de eerste 10 woorden, op dinsdag de volgende 10 en op donderdag de laatste 10”. Ook studenten die als voorbereiding op een examen elke dag 1 hoofdstuk inplannen, zijn niet aan spaced practice aan het doen: ze zijn gewoon aan het ‘plannen’ dat elk onderdeel éénmaal gezien is tegen een bepaalde deadline. Het spacing effect is dus niet hetzelfde als ‘leren plannen’; het doet zich enkel voor wanneer dezelfde informatie meer dan 1 keer wordt hernomen.

 

By | 2018-05-10T18:32:40+00:00 Mei 10th, 2018|leerstrategie|0 Comments