Ongecategoriseerd

Home/Ongecategoriseerd

Wijze Lessen online

Vanaf nu kan het boek Wijze Lessen downloaden vanop de sites www.wijzelessen.be of www.wijzelessen.nu. Het boek (of delen ervan) mag gratis verspreid en gekopieerd worden, zolang het niet-commercieel is en de auteurs/uitgeverij telkens vermeld worden. Het is een werk geworden waar zes auteurs (met een verscheidenheid aan expertise) probeerden om het complexe ambacht van het geven van effectieve instructie te beschrijven vanuit praktijkervaring en wetenschap. Ik wil mijn mede-auteurs oprecht bedanken voor de uitermate boeiende tocht, de inzichten, hun geduld, de ervaring maar ook voor de vele vergaderingen die al te vaak uitmondden in lachpartijen :).

Dagelijks verzorgen duizenden leraren in het onderwijs duizenden uren les. Hoewel het takenpakket van leraren zeer divers is, is het verzorgen van een goede les een van de kerntaken van de leraar. Lesgeven is de core business van het leraarschap. Daarom beschrijven we in dit boek twaalf didactische bouwstenen die leraren kunnen gebruiken om hun lessen effectiever te maken. Leraren zullen merken dat je in dit boek geen ‘rocket science’ zult aantreffen, maar wel heldere, duidelijke en wetenschappelijk onderbouwde bouwstenen die hen raken in de kern van het vak, namelijk het lesgeven gericht op langetermijnleren.

Hieronder zie je een extreem bondig overzicht, beschouw het een advance organizer, bij het boek. 12 wijze lessen in hogere resolutie.

Laat ons horen wat je er van vindt! Gebruik #wijzelessen op social media, en het komt wel terecht. Het boek kan in full-color besteld worden via Tenbrink Uitgevers en bol.com. Voor grote aantallen kan je de uitgever rechtstreeks contacteren.

By | 2019-09-17T08:22:26+00:00 September 16th, 2019|Ongecategoriseerd|0 Comments

Wijze lessen voor formatief toetsen (blog Rene Kneyber)

Vandaag verschijnt het boek Wijze lessen: twaalf bouwstenen voor effectieve didactiek van Tim Surma, Kristel vanhoyweghen, Gino Camp, Daniel Muijs,Paul Kirschner, en en ‘onze’ Dominique Sluijsmans, dat niet alleen in een prachtig boekvorm uitkomt maar ook als gratis PDF beschikbaar zal zijn (vanaf volgende week).

In het boek staan de auteurs stil bij de diverse effectieve onderwijs- en leerstrategieën: 12 bouwstenen om effectief les te kunnen geven. Ze beschrijven de theorie, het onderzoek, en hoe dat in de klas vorm kan krijgen. Ook gaan drie strategieën over toetsen met een formatieve functie. Ik heb al mogen inzien, en vond het zelf een van de beste boeken die momenteel over dit onderwerp te lezen is, dus hopelijk is dat voldoende aanmoediging om de gratis versie eens te bestuderen, (de eerste druk van de papieren versie was al voor verschijnen uitverkocht).

Lees hier verder …

Wijze lessen voor formatief ‘toetsen’

By | 2019-09-13T07:41:40+00:00 September 13th, 2019|Ongecategoriseerd|0 Comments

Moet je nog iets leren in tijden van Google?

In het college voor de Universiteit van Nederland ga ik dieper in op de vraag waarom je in deze tijden alle informatie zomaar kunt vragen aan Google of Siri. Eerst en vooral, verwar informatie alsjeblief niet met kennis! Informatie staat in een boek, vind je terug op internet of kan je bijvoorbeeld horen vertellen door een vriend. Kennis daarentegen is verwerkte informatie in je hoofd. Er is al betekenis aan de informatie gegeven. Om te kunnen beoordelen of informatie correct is, is juist veel kennis noodzakelijk (in tegenstelling tot wat sommigen beweren in deze tijden). Bekijk het filmpje maar eens. Geloof je me eigenlijk wel als ik zeg dat de schaakopstelling de Siciliaanse opening is?

Ook, en misschien zelfs vooral, in tijden van makkelijk bereikbare informatie is het van groot belang dat we in onderwijs onze leerlingen een brede, cultureel rijke en gevarieerde kennisbasis bijbrengen. Zonder achtergrondkennis kun je informatie immers niet op waarde schatten. Met de nodige achtergrondkennis leer je ook sneller en onthoudt je ook langer. In het filmpje leg ik op basis van een vaak gebruikt geheugenmodel uit waarom dit het geval is. Toch zijn er twee vaak gehoorde ideeën over leren die – jammer genoeg – in het onderwijs doordringen.

Het eerste idee gaat uit van het idee dat leren altijd gemakkelijk dient te zijn. Een citaat van Steven Pinker uit zijn boek The Blank Slate is passend om dit statement te counteren: ‘Onderwijs is de technologie die probeert goed te maken waar ons menselijk brein heel slecht in is’. Dankzij onze genetische en evolutionaire erfenis kunnen we inderdaad leren spreken, wandelen, gezichten herkennen en spelen. Inderdaad, voor sommige onderdelen lijkt het leren natuurlijk te gaan, zonder noemenswaardige inspanning. Dit noemen wij biologisch of evolutionair primair leren. Maar niet al het leren gaat spelenderwijs of spontaan. Om te leren schrijven, berekeningen te maken en teksten te vertalen hebben we die natuurlijke aanleg niet. Een kind leert zelf niet om te lezen en lost niet van nature vierkantsvergelijkingen op. Daardoor is het noodzakelijk om, via onderwijs, een aantal van die culturele elementen (elementen die voortkomen uit menselijke vooruitgang en in onze maatschappij gebruikt worden, zoals wiskunde, kunst en natuurkunde) door te geven aan de volgende generaties zodat zij klaar zijn om de fakkel van ons over te nemen. Dit noemen wij biologisch of evolutionair secundair leren. Cultuuroverdracht, en dus het secundair leren, moeten we een bewuste plaats geven op scholen – van nature gebeurt het namelijk zelden spontaan. We zijn er van nature namelijk niet goed in en dus vergt het een doelbewuste inspanning. Je krijgt er echter een vrijer hoofd voor in de plaats zodat je kunt nadenken over complexere dingen.

Daarnaast hoor je steeds vaker dat er andere doelen in onderwijs zijn zoals kritisch denken, problemen oplossen, communiceren en samenwerken. Het leren van informatie zou overbodig zijn, de skills zijn ten allen tijde belangrijker! Die skills worden vaak omschreven als 21e eeuwse of generieke vaardigheden. Los van het feit dat deze vaardigheden van alle tijden zijn (om het Colosseum te bouwen had men die vaardigheden ook al nodig) zijn ze inderdaad belangrijk. Eigen aan goed, vormend onderwijs is dat het (jonge) mensen voorbereidt om als zelfstandige, zelfdenkende, kritische, verantwoordelijke mensen deel te nemen aan de samenleving. De vraag is dus hoe we die vaardigheden moeten aanleren. We mogen niet in de val trappen te denken dat die vaardigheden te leren zijn zonder context, zonder achterliggende kennis van zaken. Zo is iemand die in staat is om historische bronnen over de Eerste Wereldoorlog kritisch te analyseren, niet automatisch in staat om in een kritische mening te vormen over klimaatopwarming. Inderdaad, kritisch kunnen nadenken is contextgebonden en staat of valt met de achtergrondkennis over het onderwerp waar het om gaat. Ook om creatief te denken, moet je eerst weten wat al bestaat alvorens je ideeën kunt verbinden om tot nieuwe, innoverende ideeën te komen. Om out the box te kunnen, moet je eerst weten wat in the box zit.

Moeten we dus nog iets leren in tijden van Google? Het antwoord is zonder enige twijfel ‘ja’. Wat we weten is de grondstof van ons denken. Mensen die veel weten, hebben het hoofd vrij om te denken aan complexere problemen. Daarnaast weten we als mens niet wat we niet weten en kunnen we dus ook niet opzoeken wat we niet weten. We kunnen wel opzoeken wat we vergeten zijn of waar we al veel over weten. Laat dit een belangrijke boodschap zijn voor alle scholen over het hele land. Libraries (and knowledge) gave us power!

By | 2019-09-13T07:33:02+00:00 September 13th, 2019|Ongecategoriseerd|0 Comments

Wat doet de effectieve leraar?

Er bestaan een heleboel (wetenschappelijke) artikelen waarin principes van effectieve instructie in kaart werden gebracht. Men ging op zoek naar antwoorden op vragen als ‘wat doet de meest effectieve leraar in zijn-haar lessen?’, ‘zijn er patronen te herkennen in die gedragingen’, enz. (1) Zo maakte o.a. Barak Rosenshine voor UNESCO een overzicht van die zogenaamde lerareneffectiviteitsstudies. Dit genereerde een lijst van 17 principes voor instructie. (2)  Zijn werk krijgt de afgelopen jaren veel aandacht binnen onderwijsonderzoek- en praktijk. Ervaren leraren die door dit lijstje lezen, herkennen hierin vast wel het ABC van het les geven.

  1. Start de les met een korte opfrissing van de essentiële voorkennis uit vorige les(sen).
  2. Bied nieuwe leerstof in kleine stappen aan, met gelegenheid tot oefenen na elke stap.
  3. Beperk de hoeveelheid leerstof die de leerlingen per keer krijgen.
  4. Geef duidelijke instructies en heldere verklaringen.
  5. Stel veel vragen en kijk of leerlingen de leerinhouden hebben begrepen.
  6. Zorg er voor dat voor alle studenten de gelegenheid hebben om actief te oefenen.
  7. Begeleid leerlingen wanneer ze beginnen oefenen.
  8. Denk luidop en modelleer.
  9. Geef de leerlingen uitgewerkte voorbeelden.
  10. Vraag de leerlingen uit te leggen wat ze geleerd hebben.
  11. Zoek manieren om de antwoorden van alle leerlingen te checken.
  12. Geef op een systematische manier feedback en correcties.
  13. Neem de tijd om extra uitleg te geven.
  14. Geef veel voorbeelden.
  15. Leg leerstof opnieuw uit indien dat nodig is
  16. Geef leerlingen de gelegenheid om zelfstandig te oefenen
  17. Monitor leerlingen wanneer ze zelfstandig oefenen

Bron: zie o.a. deze blog van Paul Kirschner met verwijzing naar de originele studies. Zie hier Rosenshine zelf aan het werk met vb een heerlijke anekdote over de evolutie van het wiskundeonderwijs aan de start van zijn keynote.

Naast Rosenshines werk zijn er nog talloze andere wetenschappers die ‘overzichten’ van didactische handelingen van effectieve leraren hebben gemaakt. Jere Brophy en Thomas Good hadden flink wat impact met hun boekenreeks ‘Looking in classrooms‘, die ook klasmanagement een plaats gaven in hun effectiviteitsmodel. Ondertussen zit het boek al aan de elfde editie, weliswaar zonder Jere Brophy die in 2009 overleed.

Een laatste model dat ik expliciet wil vermelden is het model van Leonidas Kyriakides en Bert Creemers. (3) In dit model is er ook aandacht voor pedagogiek in de vorm van klasmanagement, toetsing enz. Het vormt misschien wel één van de compleetste modellen voor onderwijs. Je vindt vast de principes van Rosenshine ook in deze tabel terug. Ik denk dat ook dit model heel herkenbaar is voor de doorgewinterde leraar.

262

Al die lijstjes… maar waarom werken die principes dan? En hoe pakt een leraar dat dan concreet aan in haar/zijn les? Om dat in kaart te brengen, publiceren we begin volgend schooljaar met zes auteurs (drie Belgen – Daniel Muijs, Kristel Vanhoyweghen en ondergetekende + drie Nederlanders – Paul Kirschner, Gino Camp en Dominique Sluijsmans) een boek dat het wetenschapsveld van de lerareneffectiviteitsstudies koppelt aan een aantal inzichten uit de cognitieve psychologie (zie bijvoorbeeld (4)). Dat koppelen we dan op zijn beurt weer aan de praktijkervaring (of misschien beter: de ‘praktijkwijsheid’) van de leraar.

Heel binnenkort meer hierover!

Referenties

(1) Muijs, D., Kyriakides, L., Van der Werf, G., Creemers, B., Timperley, H., & Earl, L. (2014). State of the art–teacher effectiveness and professional learning. School effectiveness and school improvement, 25(2), 231-256.

(2) Rosenshine, B. (2010). Principles of instruction (Band 21 “Educational Practices Series”). Brussels: International Academy of Education and Geneva: international Bureau of Education [online document] Retrieved from http://www.ibe.unesco.org/fileadmin/user_upload/Publications/Educational_Practices/EdPractices_21.pdf

(3) Creemers, B., & Kyriakides, L. (2007). The dynamics of educational effectiveness: A contribution to policy, practice and theory in contemporary schools. Routledge.

(4) Pashler, H., Bain, P., Bottge, B., Graesser, A., Koedinger, K., McDaniel, M., and Metcalfe, J. (2007) Organizing Instruction and Study to Improve Student Learning (NCER 2007-2004). Washington, DC: National Center for Education Research, Institute of Education Sciences, U.S. Department of Education. Retrieved from http://ncer.ed.gov

By | 2019-05-07T21:32:48+00:00 Mei 7th, 2019|Ongecategoriseerd|0 Comments

25 principes die leiden tot beter leren

Sinds de geheugenonderzoeken van Herman Ebbingaus (1885) en het invloedrijke boek ‘Educational Psychology’ van Thorndike (1903), heeft het veld van de onderwijs- en cognitieve psychologie duizenden studies gegenereerd. Vele van die onderzoeken brachten in kaart onder welke omstandigheden lerenden optimaal feiten, principes, vaardigheden kunnen aanleren. Dit resulteerde in een groeiende kennisbasis over welke empirisch onderbouwde principes die we in onderwijs kunnen inzetten om onze pedagogie te leiden en optimale leeromgevingen te ontwikkelen. Zo publiceerden 35 eminente onderzoekers een samenvatting van 25 empirisch onderbouwde heuristieken voor effectief leren.

Je kan het originele document hier terugvinden.

25-lifelong-learning-principles

Philip Winne en John Nesbit publiceerden in het artikel ‘The Psychology of Academic Achievement’ een samenvatting, zie onderstaande tabel.

Het artikel van Winne en Nesbit kan je hier terugvinden

Winne, P. H., & Nesbit, J. C. (2010). The psychology of academic achievement. Annual review of psychology61, 653-678.

By | 2019-02-10T13:34:27+00:00 Februari 10th, 2019|Ongecategoriseerd|0 Comments

How much mightier is the pen than the keyboard for notetaking?

De meerderheid van de studenten neemt notities wanneer ze een les bijwonen. De notities dienen vaak om nadien examens voor te bereiden of eigen samenvattingen te vervolledigen. Dit onderstreept meteen het belang van goede notities.  Enerzijds is de hoeveelheid notities die men neemt van belang: te weinig of onvolledige notities helpen de student niet vooruit. Anderzijds is er ook een kwaliteitsaspect: is de student in staat om de belangrijkste zaken te filteren uit de les en die neer te pennen/typen?

Grosso modo nemen studenten notities ofwel op papier ofwel via een tekstverwerker op een laptop (de groep die achteraf notities kopieert van de ijverige medestudent laten we buiten beschouwing). De resultaten over welke manier van noteren meest effectief is, zijn gemengd. Uit een vaak geciteerd onderzoek uit 2014 van Mueller en Oppenheimer bleek dat studenten die met de hand noteerden beter scoorden op conceptuele vragen dan studenten die noteerden via hun klavier. Dat leidde tot het longhand-superiority-effect. Dit werd o.a. toegeschreven aan het feit dat noteren met de hand trager is, en studenten dus beter moeten nadenken over wat ze noteren. Dat versterkt het encoding-proces (het actief verwerken). Studenten kunnen vaak even snel typen dan er gesproken wordt en dat leidt potentieel tot een hersenloos verbatim noteren van wat gezegd wordt door de docent. Daarnaast is de afleiding bij elektronische devices (games, social media, mail) veel groter. In een onderzoek van Ragan (2014) bleek dat studenten slechts 37% van de tijd ‘on-task’ waren en dat ze de overige tijd vulden met social media of andere afleidingen. Afleiding in de vorm van social media of games is vooral nadelig voor leerlingen die sowieso al problemen hebben om de leerstof te studeren. Daarnaast is er voldoende onderzoek dat bevestigt dat examenscores beter zijn in aula’s waar laptops verboden waren (Carter et al, 2017; Patterson en Patterson, 2017). We mogen echter niet vergeten dat notities nemen (laptop of papier) sowieso beter is dan geen notities nemen. Notities fungeren sowieso als een externe opslagbank van informatie.

Toch zijn er ook andere (labo-)studies die het tegenovergestelde toonden: notities nemen met de laptop in een gecontroleerde omgeving van het labo leidde tot betere effecten op lange termijn (zie o.a. Bui et al, 2013 en ook een Belgisch experiment van Cedric Leppens, zie hier).

Kayla Morehead en collega’s repliceerden het experiment van Mueller en Oppenheimer. Studenten bekeken 5 filmpjes van TED-talks, noteerden op papier, via een laptop, e-writer of niet. Nadien kregen ze een onmiddellijke en een uitgestelde toets met feitenkennis maar ook met conceptuele kennisvragen. De onderzoekers vonden opnieuw een longhand superiority effect op lange termijn maar de verschillen waren zo klein dat ze niet significant waren. Ook scoorden digitale notities iets beter op een onmiddellijke test (wat niet onlogisch was omdat ze meer konden noteren tijdens het filmpje). Dat voordeel verdween nadien. De onderzoekers besluiten dat je geen eenduidig antwoord kunt geven over de meest ideale manier om notities te nemen in de les. Maar …

Wat we echter niet mogen vergeten is dat de aula een veel complexer gebeuren is dat wat er in dit onderzoek kan gevat worden. Zo was er in dit onderzoek geen afleiding was van social media of andere stoorzenders. Daarnaast was in het eerste experiment van Morehead de uitgestelde toets al na twee dagen (wat ook niet overeenkomt met realistische onderwijssituatie) en kregen de respondenten hun eigen notities niet meer te zien (de meeste studenten herhalen/studeren hun notities voor de test). In het tweede experiment mochten de deelnemers hun notities wél nog eens terugzien, maar weliswaar slechts 7 minuten voor de uitgestelde toets (ook twee dagen nadat ze notities namen). Ook, een TED-talk als bronmateriaal is niet echt representatief voor de echte lespraktijk: ten eerste duren lessen langer dan 17 minuten en ten tweede zijn echte lessen vaak niet zo ‘smooth’ als de aangeleverde TED-talks. Voorzichtigheid geboden dus bij het veralgemenen van dit soort onderzoeken: ik vermoed dat de invloed van digitale afleiding véél groter is dan het verschil tussen noteren met pen of klavier. De time-on-task van je student is en blijft immers nog steeds één van de sterkere voorspellers voor studiesucces.

Referenties

Bui, D. C., Myerson, J., & Hale, S. (2013). Note-taking with computers: Exploring alternative strategies for improved recall. Journal of Educational Psychology105(2), 299.

Carter, S. P., Greenberg, K., & Walker, M. S. (2017). The impact of computer usage on academic performance: Evidence from a randomized trial at the United States Military Academy. Economics of Education Review56, 118-132.

Morehead, K., Dunlosky, J., & Rawson, K. A. (2019). How Much Mightier Is the Pen than the Keyboard for Note-Taking? A Replication and Extension of Mueller and Oppenheimer (2014). Educational Psychology Review, 1-28.

Mueller, P. A., & Oppenheimer, D. M. (2014). The pen is mightier than the keyboard: Advantages of longhand over laptop note taking. Psychological science25(6), 1159-1168.

Patterson, R. W., & Patterson, R. M. (2017). Computers and productivity: Evidence from laptop use in the college classroom. Economics of Education Review57, 66-79.

Ragan, E. D., Jennings, S. R., Massey, J. D., & Doolittle, P. E. (2014). Unregulated use of laptops over time in large lecture classes. Computers & Education78, 78-86.

By | 2019-02-09T13:12:53+00:00 Februari 9th, 2019|Ongecategoriseerd|0 Comments

Desirable difficulties in de oefeningenles

Vorige zaterdag vond de Nederlandse editie van ResearchED plaats. Honderden geïnteresseerden in onderwijs en onderzoek lieten zich in Nieuwegein bij Utrecht informeren door elkaar. Zoals steeds een heerlijk laagdrempelige dynamiek.

Highlight van de dag was de lancering van het gratis te downloaden boek ‘op schouders van reuzen‘.

Mijn presentatie over hoe je les gewenst moeilijk te maken kan je hieronder bekijken.

By | 2019-01-14T06:29:59+00:00 Januari 14th, 2019|Ongecategoriseerd|0 Comments

Over schoolboeken: hoe kan de inhoud evidence-based zijn en hoe kan de gebruikte didactische methodiek effectief onderwijs ondersteunen?

In een hoofdstuk in een boek over schoolboeken (als verzamelnaam voor papieren leermiddelen in de klas) voor de reeks ‘Beleid voeren in het onderwijs’ (uitgeverij Politeia) verkennen wehoe relevant cognitief onderzoek over instructie en leren het gebruik van schoolboeken effectiever kan maken. Schoolboeken zijn namelijk doorgaans een belangrijke gids voor de onderwijspraktijk van de leraar en leerling. Aan de ene kant biedt de inhoud van schoolboeken houvast voor wat een leerling moet kennen en kunnen. Aan de andere kant beïnvloedt een schoolboek ook de didactische manier waarop leerstof wordt gedoceerd. In het hoofdstuk was het geenszins de ambitie om de kwaliteit van de huidige schoolboeken in ons onderwijslandschap te evalueren. Wel bespreken we hoe een schoolboek een ‘opportunity to learn’ is voor de leerling, hoe de inhoud evidence-based hoort te zijn en hoe de schoolboeken evidence-informed gebruikt kunnen worden.

Hieronder de advance organizer (meteen één van de topics voor het evidence-inspired aanbieden van nieuwe leerstof) van het hoofdstuk dat wij schreven:

Een inkijk in het boek of het boek bestellen is mogelijk op: https://www.politeia.be/nl-be/book/over-schoolboeken-en-leermiddelen/16466.htm.

Tim Surma, Laurie Delnoij

By | 2018-12-21T12:19:57+00:00 December 21st, 2018|Ongecategoriseerd|0 Comments