LEERSTRATEGIEËN: TOP

Home/LEREN/LEERSTRATEGIEËN: TOP
LEERSTRATEGIEËN: TOP 2017-10-07T12:09:29+00:00

DISTRIBUTED PRACTICE = GESPREID LEREN

Leer- en oefenmomenten spreiden in de tijd is beter dan deze leermomenten te bundelen in één tijdspanne.

  • Hoe werkt het? Verspreide oefen- en studiemomenten hebben een beter effect op het langetermijngeheugen dan gebundeld oefenen en studeren (het zogenaamde ‘blokken’). Drie keer een uur studeren aan een onderwerp verspreid over een week is beter dan één keer drie uur studeren op dezelfde dag. Leerlingen moeten leerstof herhalen, maar liefst niet onmiddellijk na de les. Dit voelt niet zo aangenaam aan, vandaar dat leerlingen intuïtief verkiezen om op korte tijd hard te studeren.
  • Wanneer werkt het? Voor alle leeftijden, voor zowel het leren van woordenschat, begrippen en vaardigheden (zoals wiskunde, muziek). Het is makkelijk te integreren, ook al bundelen handboeken oefeningen vaak per onderwerp. Je plant als leraar best vooruit en voegt herhalingsoefeningen op gepaste tijdstippen toe om het uitstelgedrag van de gemiddelde leerling te counteren.

RETRIEVAL PRACTICE = OPHALEN VAN INFORMATIE

Het actief proberen herinneren van informatie uit het langetermijngeheugen zorgt voor sterkere verankering.

  • Hoe werkt het? Leerlingen proberen vaak leerstof in hun hoofd te krijgen door te herlezen, maar het is juist het proberen die leerstof er opnieuw uit te krijgen dat echt helpt. Dit actief ophalen van informatie maakt het gemakkelijker deze informatie op een later tijdstip te herinneren. Het is zelfs beter om na een eerste studiesessie een oefentest af te nemen dan de leerstof gewoon te herlezen. Laat leerlingen zichzelf dus vaak testen. Stimuleer hen daarin door oefenvragen mee te geven, regelmatig quizjes af te nemen, (al dan niet digitale) flashcards te maken of de Cornellmethode te gebruiken. Vanzelfsprekend is het belangrijk dat er passende feedback voorzien is en dat er niet bij elke oefentest de dreiging van ‘punten’ voelbaar is.
  • Wanneer werkt het? Opnieuw een algemeen toepasbare strategie voor alle vormen van kennis en vaardigheden met een langdurig, blijvend effect. Ondanks het feit dat leerlingen verkiezen om zichzelf zo min mogelijk te testen, tonen honderden experimenten dat dit het leren en onthouden sterk bevordert. Oefentesten werken zelfs wanneer hun format verschilt van de eindtest!

ELABORATION = ACTIEF VERWERKEN

Leg ideeën uit en beschrijf ze met veel details.

  • Hoe werkt het? Het zichzelf stellen van vragen als “Waarom werkt dit?”, “Wat is de verklaring hiervoor?” tijdens het leren faciliteert het leren. Dit maakt het bijleren moeilijker en trager maar precies deze vorm van ‘desirable difficulties’ (= gewenste moeilijkheden door het de leerlingen ‘lastiger’ te maken om een beter leereffect te krijgen) zorgt voor een extra stevige verankering. Laat leerlingen leerinhouden samenvatten en parafraseren zonder dat ze naar hun bronnen kijken. Laat hen verschillen of gelijkenissen zoeken. Wel opletten dat de eigen uitleg en verwoording van een lesonderwerp klopt: leerlingen moeten zichzelf ook controleren op de juistheid.
  • Wanneer werkt het? Vooral bij feitelijke informatie – en dan nog voornamelijk bij onderwerpen waar leerlingen al voldoende voorkennis hebben. Deze voorkennis laat leerlingen toe om meer passende verklaringen te zoeken waarom een feit waar is.

DUAL CODING = GEBRUIK MEERDERE KANALEN

Combineer woord (gesproken of geschreven) met beeld (zonder te veel tekst).

  • Hoe werkt het? Wanneer leerlingen de informatie langs meerdere kanalen (woord en beeld) ontvangen, geef het hen twee manieren om zich later de informatie te herinneren. De woorden kunnen gesproken of geschreven zijn, de beelden kunnen foto’s, grafieken, kaarten, animaties of (interactieve) video’s zijn. Laat leerlingen tijdens het leren op zoek gaan naar beelden die een aanvulling kunnen betekenen op jouw woorden of de woorden in het handboek. Neem voldoende tijd om woorden én beelden tegelijk te presenteren in kleine, behapbare onderdelen.  Sommige opdrachten, die de leerling verplicht om informatie te visualiseren (tekenen van tijdlijn, schema, infographic) ondersteunen deze leerstrategie.
  • Wanneer werkt het? Het actief aanbieden van rijke informatie met woord en beeld bevordert het leren, al is het belangrijk om te voorkomen dat er ‘overbelasting’ voortvloeit uit het gebruik van irrelevante multimedia. Bekijk in dat opzicht de richtlijnen voor multimedia leren van Mayer. (link: https://youtu.be/6CPNLwKmWpc )

INTERLEAVING PRACTICE = ONDERWERPEN AFWISSELEN

Wissel de volgorde van de leerinhouden/ oefeningen af tijdens het studeren.

  • Hoe werkt het? Traditioneel oefenen of studeren leerlingen ‘geblokt’ per onderwerp alvorens naar een volgend onderwerp door te schuiven. Bij ‘interleaving’ wisselen leerlingen echter oefentypes of inhouden af. Zo maak je bijvoorbeeld oefeningen over volumes van balk, bol en cilinder door elkaar. Voor leerlingen voelt dit veel moeilijker aan dan lang aan één stuk hetzelfde te studeren. Het effect op lange termijn is echter groot. Een leraar kan de techniek makkelijk zelf modelleren. Nadat een bepaald probleem of onderwerp is aangebracht, richt de oefening zich initieel op die leerinhouden. De volgende oefeningen zijn vermengd met oefeningen van eerdere lessen. Het kan lijken dat de oefentijd hierdoor langer duurt, maar het is de moeite waard omdat de prestaties op termijn zullen verbeteren.
  • Wanneer werkt het? Wanneer oefentypes of leerinhouden uiterlijk gelijkaardig lijken (vb allemaal oefeningen over driehoeken of vervoegingen van werkwoorden), is interleaving aangewezen. Geblokt oefenen of studeren blijft aangewezen wanneer de inhouden weinig gemeenschappelijk lijken te hebben.

CONCRETE EN UITGEWERKTE VOORBEELDEN

Toon voorbeelden en gebruik uitgewerkte problemen met hun oplossingsstrategieën.

  • Hoe werkt het? Abstracte ideeën zijn vaak vaag zonder een concreet voorbeeld.  Zorg er dus voor dat de leerling voldoende voorbeelden krijgt in de les. Dit kan een gemodelleerd, uitgewerkt voorbeeld zijn: de leraar demonstreert hoe hij een probleem aanpakt (het proces) en expliciteert daarbij hardop zijn denkstappen. De leraar toont bijvoorbeeld een geschreven oplossing (waar ook de oplossingsstrategie vermeld staat) en laat half-uitgewerkte voorbeelden aanvullen. Na verloop van tijd automatiseren en imiteren je leerlingen deze denkpatronen en wordt deze vorm van ondersteuning overbodig.
  • Wanneer werkt het? Modelleren en het gebruiken van uitgewerkte voorbeelden werden reeds succesvol gebruikt om problemen op te lossen in wiskunde, wetenschap, lees- en schrijfvaardigheden. Leerlingen die al heel bedreven en kundig zijn, hebben na verloop van tijd minder nood aan deze ondersteuning dan ‘beginners’.

 

 

Bronnen